De Banenafspraak

In 2013 stemde het kabinet in met de wet Banenafspraak. Het kabinet heeft deze afspraak gemaakt met organisaties voor werkgevers en werknemers (sociale partners). Deze wet schrijft voor dat tegen 2025 er 125.000 extra banen gecreëerd moeten worden bij werkgevers voor mensen met een arbeidsbeperking, waarvan 25.000 banen in de overheidssector. Twee jaar later, op 1 mei 2015, is de wet Banenafspraak in werking getreden.

Mensen met een arbeidsbeperking – denk aan mensen met een lichamelijke, psychische of verstandelijke beperking – maken deel uit van een nu nog onderbenutte groep op de arbeidsmarkt. Voor deze mensen is het lastiger werk te vinden. Door een goed beeld te geven van de mogelijkheden en beperkingen van deze mensen en in te zetten op denken in mogelijkheden, willen wij eraan bijdragen dat deze groep volwaardig bij de Rijksoverheid aan de slag kan.

Participatiewet

De uitvoering van de Wet Banenafspraak kan niet los worden gezien van de invoering van de Participatiewet in 2015, omdat de doelstellingen van beide wetten onlosmakelijk verbonden zijn. Ingevoerd op 1 januari 2015, verving de Participatiewet het voorgaande stelsel van Wet werk en bijstand (WWB), Wet sociale werkvoorziening en Wajong. Het belangrijkste doel is om zoveel mogelijk mensen met arbeidsvermogen naar werk toe te leiden (bij voorkeur naar betaald werk) en bijstand te verlenen aan mensen die niet (meer) in staat zijn om zelf(standig) volledig in hun levensonderhoud te voorzien.

Doelgroep

Mensen die onder de Participatiewet vallen zijn mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het gaat hier onder meer om mensen in de bijstand, jongeren met een handicap die hulp nodig hebben bij het vinden van een baan (voormalig Wajong), mensen die vallen onder de loonkostensubsidieregeling en mensen met een WSW-indicatie (sociale werkvoorziening).

Er zijn in Nederland 14 overheidssectoren, in totaal werken er ruim 900.000 mensen. Samen willen we er voor zorgen dat we de doelen uit de Banenafspraak halen. Omdat we willen dat iedereen in Nederland mee kan doen.

Pas als iedereen mee kan doen, gaan we samen vooruit.