“Mensen noemen mij een A-typische ambtenaar”

Wie ben je en wat is je functie?

“Ik ben Adriaan Brouwer en werk als tijdelijk MT lid bij het Ministerie van Volksgezondheid aan het prachtige programma ‘de juiste zorg op de juiste plek’, een beweging eigenlijk. Daarnaast werk ik als operationeel manager voor een project over het toekomstig volksgezondheidsbeleid. Nu al werken één op de zeven mensen in de zorg, in 2040 zou dat – als er niets verandert – één op de vier zijn. Zoveel mensen zijn er niet, dus we bedenken nieuwe oplossingen.” 

Wat is je beperking en speelt dat een rol bij de vervulling van je functie?

“Ik vind niet dat ik een arbeidsbeperking heb, maar mijn diagnose is ‘Autisme Spectrum Stoornis (A.S.S., voorheen asperger)’. Nee, het speelt geen rol in mijn functie. Ik vind diversiteit belangrijk in ons team, want dat biedt een unieke skillset om anders naar probleem en oplossing te kijken. We hebben ook een moleculair bioloog, balletdanseres en een contentmanager in het team.”

 Wat zijn jouw succesfactoren waardoor je deze functie goed kan vervullen?

“Vooral in een verandertraject is diversiteit en dus ook neurodiversiteit (bijvoorbeeld autisme) belangrijk. Ik verwerk informatie bijvoorbeeld op een andere manier omdat mijn hersenen iets anders werken. Als je het als team van heel veel verschillende kanten bekijkt, kom je dus ook tot andere oplossingen. Mensen noemen mij een A-typische ambtenaar, wellicht omdat ik soms andere ideeën heb, graag systematiseer, beschik over veel detailkennis en overal goed over na wil denken. Nadeel is wel dat ook zintuiglijke informatieverwerking wat anders werkt dus ik heb bijvoorbeeld al snel last van een “onhoorbaar” zoemend geluid in een vergaderkamer.
Ik probeer altijd mijn ‘anders zijn’ niet op te laten vallen en te zijn zoals van je verwacht wordt. Een praatje maken bij borrels en dergelijke ligt me niet, daar maak je mij niet blij mee. Als iemand me vraagt op een seminar ‘hoe kom jij hier terecht’, zou mijn antwoord kunnen zijn ‘met de trein’. Dat vinden mensen grappig, maar ik probeer dergelijke ‘sociale foutjes’ te voorkomen. Ik heb jarenlang in Brussel gewerkt en daar viel ik tussen 27 nationaliteiten, talen en culturen niet op. Als ik dan iets vreemds zei, dachten ze gewoon ‘ach, die gekke Hollander’. Daarom woon ik nu graag in Amsterdam, alles kan, ik val hier niet snel uit de toon.”

Wat zijn jouw tips om een inclusief team succesvol te maken? 

“Het allerbelangrijkste is voor mij samenwerken met mensen die graag meedoen. Eén teamlid heeft hier drie weken rondgelopen en van alles geprobeerd om daarna een juiste keus te maken. Iedereen is uniek en kan iets bijzonders. Voor mij zou het wel schelen als er in dit gebouw eens naar de knipperende lampen werd gekeken en er een eind zou komen aan de zoemende geluiden in vergaderruimtes. En de ‘overlegjescultuur’ mag wat mij betreft direct afgeschaft worden. Hier een overlegje, daar een overlegje. Voor je het weet, ben je de hele dag aan het overleggen en ik heb halverwege al hoofdpijn. Nog een tip: maak de agenda voor een overleg voor iedereen duidelijk en een uitje voor iedereen leuk, zorg dat je alles voor iedereen doet, niet specifiek voor één doelgroep.”

Welke tips heb je voor de rijksoverheid om meer banen te realiseren?

“Minder overleggen. Samenwerken is niet hetzelfde als overleggen.”